| Zimbabwe | |||||||||||
![]() - Limpopo - Mugabe - Ndebele - Shona - Smith - Zambezi |
Zimbabwe ligt ingeklemd tussen twee grote rivieren. De Limpopo vormt de grens met Zuid Afrika, de Zambezi die met Zambia. Een dam in de Zambezi heeft Lake Kariba doen ontstaan, een van de grootste stuwmeren van Afrika. Meer stroomopwaarts ligt de beroemde Victoria Falls. Zimbabwe ligt grotendeels op een 1.500 meter hoog plateau, de Central
Highlands. De natuurlijke vegetatie is savanne. Zimbabwe is voor Afrikaanse begrippen een klein land maar toch altijd nog 11 keer groter dan Nederland. Het grootste deel van de 13 miljoen Zimbabwanen woont in landelijke gebieden, waar de bestaansbasis wordt gevormd door akkerbouw en veeteelt met een zelfvoorzienend karakter. De enige metropool in de regio is Harare met 2 miljoen inwoners. Andere steden van belang in Zimbabwe zijn Bulawayo (1 miljoen inwoners) en Mutare (195.000 inwoners). In Zimbabwe leven twee grote bevolkingsgroepen de Shona (77%) en de Ndebele (19%). Ongeveer 3,5% van de bevolking bestaat uit kleine Afrikaanse minderheden en niet meer dan 1% van de bevolking is blank. Het aantal blanken is de laatste jaren afgenomen als gevolg van het landonteigeningprogramma van de regering. De Shona bewonen het grootste deel van het land, te weten Centraal-, Noord- en Oost Zimbabwe, aangeduid als Mashonaland. De Ndebele wonen in het zuidwesten en westen, in en om de stad Bulawayo, aangeduid als Matabeleland. De officiële taal in Zimbabwe is Engels maar voor vrijwel niemand is dit de eerste taal; dat is namelijk Shona of Ndebele, beide bantoetalen. Het Ndebele kent 12 verschillende “klik”-klanken die het voor buitenstaanders tot een vrijwel niet te leren taal maken. De aanhangers van de traditionele Shonareligies (die van de Ndebele zijn vergelijkbaar) geloven in één god, Mwari, ook wel Chaminuka genoemd. Enigszins verrassend speelt deze god geen bijzonder belangrijke rol. De meeste aandacht gaat uit naar de geesten van de voorouders, die er in 3 soorten zijn. De midzimu zijn de geesten van gewone mensen, die zorgen voor het welzijn van de leden van de clan, Ze kunnen zich soms raar gedragen, maar zijn van nature goed. De ngozi daarentegen zijn gevaarlijk. Ze dolen door de dorpen en veroorzaken niets dan ellende. Dit zijn de geesten van mensen die zijn vermoord, niet zijn begraven of kinderloos zijn gebleven. De belangrijkste geesten zijn die van de voorouders van de chiefs, aangeduid als mhondoro, die verantwoordelijk zijn voor de regen. Als zij ontstemd raken, wordt de clan getroffen door droogte, een plaag, moord, incest of hekserij. Alleen uitgebreide ceremonies bieden dan een uitweg. Een heks, muroyi, kan zowel een man als een vrouw zijn. Heksen lopen ’s nachts naakt door de dorpen, plegen incest en overspel en eten het vlees van dode mensen. Ze kunnen zich veranderen in hyena’s, slangen en krokodillen. De kruidendokter, n’anga, is de enige die kan bepalen of iemand een heks is. Op hekserij staat de doodstraf. De midzimu beschermen hun verwanten tegen de muroyi’s. Het is dan ook zaak de midzimu te vriend te houden. Via de kruidendokter speelt ontvangt men ook adviezen van de voorouders. De kruidendokter speelt nog steeds een belangrijke rol op het platteland maar ook in de stad gaan veel mensen na het bezoek aan een gewone arts naar een n’anga voor een tweede consult. Iedere clan heeft een dier als totem. Clanleden mogen dit dier niet eten. Doet men dit toch dan kan men ernstig ziek worden, overlijden of het totemdier veranderen. Mensen met dezelfde totem mogen niet met elkaar trouwen.
WO I had tot gevolg dat de Duitsers en de Boeren als koloniale concurrenten waren uitgeschakeld. Groot Brittannië had in zuidelijk Afrika het rijk alleen. In Rhodesië bleven gestaag kolonisten binnenkomen. In 1923 droeg de British South Africa Company het bestuur van Rhodesië over aan een lokale blanke regering, die werd gedirigeerd vanuit Londen. Onder meer met zware belastingen werd het de Afrikaanse bevolking steeds moeilijker gemaakt. Velen maakten dan ook gebruik van het aanbod om hun land te verlaten en te verhuizen naar zogenaamde communale gebieden: reservaten waar ze gratis zeer slechte gronden kregen. Op deze manier kwamen de vruchtbare Central Highlands in het bezit van blanke boeren. WO II deed de economie van Rhodesië goed. Europese concurrentie viel weg en veel Brits en Amerikaans kapitaal vond zijn weg in koloniale investeringen. In Rhodesië kwam die extra belangstelling grotendeels ten goede aan de tabaksteelt. Duizenden Britse immigranten ontvluchtten Europa om in veelbelovend Rhodesië een nieuwe leven te beginnen. Geleidelijk ontstond er voldoende binnenlandse koopkracht om een eigen industrie op te bouwen. Nadeel was dat de zwarte industriearbeiders, nadat ze genoeg verdiend hadden, weer terugkeerden naar hun families in de communale gebieden. De regering reageerde hierop met het aanleggen van aparte woonwijken bij de fabrieken, waar de arbeiders met hun families konden wonen. De regering bevorderde bovendien de migratie van zwarten naar deze townships, waardoor de bevolkingsdruk in de overvolle communale gebieden afnam en de achtergebleven boeren meer land hadden om te verbouwen. In 1953 werd de Federatie van Rhodesië en Nyasaland gesticht, zeer tot onvrede van de blanke Rhodesiërs. Het was duidelijk dat de liberale regering in Londen aanstuurde op onafhankelijkheid van de federatie; 10 jaar later werden daartoe inderdaad onderhandelingen geopend. Overeenstemming kon niet worden bereikt en de Britse regering reageerde met het ontbinden van de federatie. De veel minder door blanken gedomineerde gebieden Noord Rhodesië en Nyasaland werden in 1964 onafhankelijke staten met als nieuwe namen Zambia en Malawi. Rhodesië reageerde in 1965 met een afscheiding van Groot Brittannië onder een blanke minderheidsregering van Ian Smith. Dat kwam het land op internationale sancties te staan die de economie hard troffen. De enige bondgenoot was Zuid Afrika, dat in 1961 al een soortgelijke stap had genomen. In 1966 werd buurland Botswana onafhankelijk, waardoor het isolement van Rhodesïe werd versterkt. In 1969 maakte de Rhodesische regering een naar eigen zeggen definitieve tweedeling van het land. Zwarten en blanken kregen ieder de helft toegewezen, terwijl nog een flink stuk “neutraal” gebied in handen van de staat bleef. Omdat tegenover iedere blanke boer 100 zwarte boeren stonden, was de tweedeling van het land niet voor alle partijen even gunstig. De communale gebieden waren overbevolkt, hetgeen tot uitputting van de grond en steeds kleiner wordende oogsten leidde. In de jaren 50 groeide het verzet. In 1959 werd een verzetsbeweging opgericht met de naam Zimbabwe African People’s Union (ZAPU), waarvan zich in 1963 een militant gedeelte afscheidde onder de naam Zimbabwe African National Union (ZANU). In 1966 begon de ZANU een guerrillaoorlog, de Second Chimurenga, die voor de vrijheidstrijders aanvankelijk weinig succesvol verliep. In 1970 stapten de meeste Shona uit de ZAPU over naar de ZANU. Vanaf dat moment berustte het vernaamste verschil tussen de vrijheidsbewegingen op de etniciteit van de aanhang. De ZAPU, gesteund door de Ndebele, opereerde vanuit Zambia en de ZANU, gesteund door de Shona, vanuit het gedeelte van Mozambique dat door vrijheidstrijders daar, Frelimo, werd gecontroleerd. Na de onafhankelijkheid van Mozambique in 1975 nam de kracht van het ZANU-leger toe. Rhodesië reageerde met het opzetten van de Renamo, een militaire organisatie die in Mozambique het leger van de ZANU bevocht en terreuraanslagen pleegden. In 1976 werden in Geneve onderhandelingen gehouden tussen de regering van Ian Smith, de ZAPU van Joshua Nkomo en de ZANU van Robert Mugabe. Die leidden tot niets. Drie jaar later was het leger van de ZANU niet ver meer van de hoofdstad Salisbury verwijderd en hadden nieuwe onderhandelingen wel resultaat. De blanken wisten een groot voordeel te halen in de bepaling dat land niet mocht worden onteigend, maar dat de eigenaren in buitenlandse valuta moesten worden uitgekocht. Hierdoor handhaafden de blanken grotendeels hun (economische) machtspositie. Er volgden verkiezingen die de ZANU de meerderheid in het parlement opleverde. Op 18 april 1980 was de onafhankelijkheid een feit. Premier Robert Mugabe voerde meteen een sterk socialistisch getint beleid. Canaan Banana werd president met slechts een ceremoniële functie. Joshua Nkomo kreeg een ministersfunctie. De naam Rhodesië werd veranderd in Zimbabwe. Ook de hoofdstad kreeg een nieuwe naam: Salisbury werd Harare. Het was echter nog niet gedaan met het geweld. Een aantal strijders van de ZAPU nam opnieuw de wapens op, ditmaal als reactie op de vermeende overheersing van de ZANU. Een aantal guerrilla-acties werd vanuit Matabeleland gelanceerd, waardoor het land opnieuw werd ontwricht. De guerrilla’s werden meedogenloos aangepakt door het Zimbabwaanse leger. Onderhandelingen leidden ertoe dat ZANU en ZAPU fuseerden, waardoor er begin jaren 90 feitelijk een eenpartijstaat was ontstaan, geleid door de inmiddels president geworden Robert Mugabe. In 1996 haalden Mugabe tweemaal de Nederlandse kranten. Omdat hij op een internationaal congres fel van leer trok tegen homoseksuelen en toen hij op 72 jarige leeftijd in het huwelijk trad met zijn 31 jarige secretaresse. Aan het eind van de jaren 90 ontstond er, mede gevoed door de slechte economische situatie, corruptie en bestuurlijk wanbeleid van de regering, politieke onrust in Zimbabwe. De vakbonden organiseerden stakingen en steeds luider klonk de roep om het vertrek van president Mugabe en invoering van echte democratie. In 1998 raakte Zimbabwe betrokken bij de oorlog in Kongo waarbij Zimbabwe troepen stuurde om machthebber Kabila te steunen in zijn strijd tegen rebellen. Ook op de betrokkenheid bij deze buitenlandse oorlog kwam veel kritiek uit de Zimbabwaanse samenleving. Ondanks felle oppositie en gepaard met zware intimidatie van regeringszijde werd Mugabe in 2002 herkozen als president. Mede door een agressief landonteigeningprogramma, dat de bedoeling had de blanke boeren hun grond te ontnemen, en een zware droogte stortte de economie van Zimbabwe aan het begin van de 21ste eeuw volledig in. Bron: Dominicus "Zimbabwe/Botswana/Namibië" (2006), "Verdeel & heers" door H. Wesseling (2003). |